column

Brusselse pijn is Vlaamse smart

In Antwerpen mogen ze dan wel koketteren dat de 'rest parking is', als Brussel socio-economisch én maatschappelijk zichzelf verliest, stoppen de problemen niet aan de gewestgrenzen. Dat is ook zo met de deelmobiliteit in de hoofdstad, schrijven de Antwerpse schepen van Mobiliteit Koen Kennis en Brussels Parlementslid Gilles Verstraeten (beiden N-VA).

Amper drie jaar na de lancering vertrekt de Duitse auto­deeldienst Miles al uit België. Vandalisme in Brussel. Kapotgeslagen ruiten. Brandblusser leeggespoten in de wagen. Interieur vernield. Deelauto als privé-joint-rookruimte. De lijst baldadigheden is even hallucinant als lang. Het Deense Green Mobility verliet de Belgische markt eerder om gelijkaardige redenen en de deelplatformen Way To Go en Cambio maakten recent in de pers melding van het vandalisme daar.

Die exits hebben grote gevolgen voor de Vlaamse centrumsteden. Het aantal aanbieders voor deelmobiliteit daalt, waardoor interessante opportuniteiten sneuvelen. Een as voor deelwagens - bijvoorbeeld van Antwerpen over Mechelen en Zaventem (luchthaven) naar Brussel - kan heel wat ritten genereren. Deelmobiliteit is een grote toegevoegde waarde aan de o zo gewilde modal shift.  

Advertentie

Deelmobiliteit - met (elektrische) fiets, step, scooter of auto - is in een stad als Antwerpen een groot succes. De groei in deelmobiliteit zit niet alleen in aantallen en beschikbaarheid, maar ook in actieradius en de combinatie van vervoersmodi. Antwerpse burgers omarmen deelmobiliteit. Het aantal klachten over gevandaliseerde deelvoertuigen is er verwaarloosbaar.

Tanend gemeenschapsbesef

Internationale spelers die door het vandalisme in Brussel afhaken om in België en dus ook in de Vlaamse centrumsteden te investeren, genereren minder opportuniteiten, minder actieradius... Wat een stevige impact heeft op de gezondheid van het deelmobiliteitsnetwerk. Zo worden Vlaamse steden het lijdend voorwerp van een Brussels onderwerp.

Tegelijk vertelt het Brusselse vandalismeverhaal iets over de gezondheid van het gemeenschapsbesef. Deelmobiliteit is mobiliteit die je met medeburgers deelt. Net zoals je de openbare ruimte, openbaar vervoer en democratisch bestuurde instellingen deelt. Dat delen werkt alleen als het gestoeld is op een zeker respect, op gedeelde waarden.

In Brussel loopt het daar fundamenteel fout. Er lijkt een steeds groeiende normvervaging op te treden. De veiligheid in de openbare ruimte of op het openbaar vervoer moet het al te vaak afleggen tegen asociaal huftergedrag, op of over het randje van de criminaliteit. Maar ook in bepaalde publieke instellingen wordt geflirt met de regels van de deontologie. Het pijnlijke gevolg? Het vertrouwen van bewoners van de hoofdstad in elkaar én in de instellingen brokkelt af. Het vertrouwen van internationale instellingen of bedrijven in Brussel neemt af.

De Brusselse malaise en de bijbehorende politieke stilstand creëren uiteindelijk zelfs mobiliteitsproblemen in de rest van land!

Hoe graag de Antwerpenaar chauvinistisch - weliswaar met de nodige zelfrelativering - koketteert met de uitdrukking ‘De rest is parking’, het blijft een feit dat Brussel als hoofdstad internationaal een belangrijk uithangbord is. Als het goed gaat met Brussel, reflecteert dat positief op Vlaanderen. Maar als Brussel socio-economisch én maatschappelijk zichzelf verliest, stoppen de problemen niet aan de stadsgewestgrenzen. Dan ‘delen’ we die ook in Vlaanderen. De Brusselse malaise en de bijbehorende politieke stilstand creëren uiteindelijk zelfs mobiliteitsproblemen in de rest van land!

Advertentie

Antwerpen is door zijn wereldhaven de economische motor van het land en ons economische venster op de wereld. Brussel is met zijn internationale instellingen voor Vlaanderen het politieke venster op de wereld. Maar de wereld kijkt via datzelfde venster dus ook bij ons naar binnen. Als ons hoofdstedelijke venster besmeurd en gevandaliseerd uit zijn hengsels hangt, delen we allemaal in de schade.

Een Brusselse regering die de problemen ernstig neemt en die het ernstig meent. Dat is wat we nodig hebben. Niet alleen in het belang van Brussel zelf, maar ook van Vlaanderen. Wat we vooral niet nodig hebben: meer van hetzelfde en niet fundamenteel hervormen.

Advertentie

In het nieuws

Alle artikels meer
Joost Callens (rechts) gaf het CEO-schap van Camino Group vorig jaar door aan de externe manager Geert Pauwels (midden) terwijl ook zijn nicht Anaïs Bohez in het bedrijf stapte.
Vastgoedgroep Camino is familiebedrijf van het jaar
Camino Group, het vastgoedbedrijf van de Oost-Vlaamse familie Callens, heeft de Family Business Award gewonnen.
Gesponsorde inhoud