De dure postzegel van Bpost
Bpost heeft zijn priorzegel sinds 2017 bijna drie keer duurder gemaakt. De postgroep kan dat, omdat ze geen concurrenten heeft op de brievenmarkt.
Nee, er is in België geen sprake van graaiflatie, zegt de Nationale Bank. Bedrijven maakten geen misbruik van de inflatieopstoot in 2022 om snel ook hún prijzen te verhogen om hun winstmarge op te krikken. Maar er zijn uitzonderingen op die algemene vaststelling. Neem Bpost. Het postbedrijf trok de prijs voor een priorzegel op van 1,21 euro in 2020 naar 2,17 euro in 2023, een stijging van 79 procent. Over een ietwat langere periode bekeken, van 2017 tot 2024, werd de priorzegel zelfs 187 procent duurder: van 79 eurocent naar 2,27 euro.
Die sterke prijsstijging kan niet worden verantwoord door de hogere energie- of personeelskosten. En evenmin door de betere dienstverlening. De priorzegel is weliswaar een premiumproduct. Hij waarborgt, in principe, dat de brief de dag nadat hij gepost werd bij de bestemmeling in de bus valt. In de praktijk doet hij er vaak langer over.
In een rapport afgelopen week hekelde het BIPT, dat toezicht houdt op de post- en telecommarkt in ons land, de ‘omvangrijke tariefstijgingen’ voor de brievenpost. Die gaan veel verder dan een compensatie voor de inflatie en het in rekening brengen van een kwaliteitsbonus, klinkt het.
Door de wijziging van de postwet in 2018 kreeg Bpost, voor meer dan de helft in handen van de overheid, meer vrijheid om de posttarieven vast te leggen. Het heeft daarvoor de toestemming van het BIPT niet meer nodig.
Intussen staat België met zijn prijzige priorzegel op de derde plek in Europa.
Van die vrijheid heeft Bpost gebruikgemaakt. De postgroep maakt de postzegel duurder om de inkomsten die ze puurt uit de jaar na jaar krimpende brievenpost enigszins op peil te houden. Hoe minder brieven worden verstuurd, hoe duurder het wordt voor de verzender.
Bpost kan dat, omdat het een bijna-monopolie heeft voor brievenpost. Maar hoe duurder de postzegel, hoe meer de consumenten waar mogelijk zullen overstappen naar andere vormen van communicatie. Verjaardagwensen sturen via e-mail of WhatsApp kost niets. Uiteindelijk schiet het postbedrijf zichzelf zo in de voet. Op langere termijn is deze prijszettingsstrategie niet duurzaam.
Intussen staat België met zijn dure priorzegel op de derde plek in Europa. In het budget van een gemiddeld gezin wegen de postzegeluitgaven niet zwaar. Niettemin draagt de dure priorzegel bij tot het algemene hoge prijspeil in ons land.
Telecom
Ook voor telecom is België duurder dan de buurlanden, bleek enkele maanden geleden uit een analyse van opnieuw het BIPT. De tarieven voor telecombundels - tv, telefonie, internet - gaan op geregelde tijdstippen de hoogte in. De prijs voor een Telenet-abonnement steeg in vijf jaar tijd met 15 procent van zowat 82 euro naar meer dan 94 euro.
Dat is minder dan de algemene inflatie weliswaar. Maar is er een reden waarom de prijs van telecomdiensten gelijke tred moet houden met de ontwikkeling van het algemene prijspeil? In België denken we dat het zo hoort, dat er een soort automatische indexering moet zijn van de prijzen van goederen en diensten, omdat die er is voor de lonen.
Op de telecommarkt zijn meerdere grotere spelers actief. Maar van echte concurrentie is geen sprake. Het is een oligopolie, waarbij de operatoren de stilzwijgende afspraak hebben gemaakt elkaar geen pijn te doen en geen prijzenoorlog te ontketenen. Om die reden hebben ze zich altijd verzet tegen de komst van een vierde speler op de markt van mobiele telecomdiensten. ‘De consument zal er niet beter van worden, de concurrentie is al hevig’, stelden ze.
Maar die vierde operator komt er nu toch. Digi Belgium, een joint venture van de Roemeense groep Digi en het Belgische Citymesh, haalde in 2022 een licentie binnen en gaat dit najaar van start. ‘We komen met ongeziene prijzen de Belgische markt op’, beloofde CEO Jeroen Degadt onlangs.
En dat brengt al een en ander in beweging. Digi krijg weerwerk. Telenet kondigde deze week aan met zijn mobiele dochter BASE een goedkope formule te zullen lanceren voor mobilofonie, digitale tv en internet. Het bewijst dat concurrentie werkt.
Staatsbonmiljarden
Dat is ook zichtbaar op de spaarmarkt. Toen de banken zich vorig jaar lieten verrassen door de eenjarige fiscaal vriendelijke staatsbon, die miljarden euro’s uit hun spaarrekeningen deed wegvloeien, komen ze nu aanzetten met hogerrentende producten om de klanten en hun centen terug te winnen. Er wordt een felle strijd gevoerd om de 22 miljard euro die in september op vervaldag komt.
Concurrentie is slecht voor de winstgevendheid.
De hogere spaarvergoeding die de banken nu wel willen betalen, zal druk zetten op hun rente-inkomsten, waarschuwt KBC-topman Johan Thijs. Concurrentie is inderdaad slecht voor de winstgevendheid. Ze waarborgt dat de consument niet gepluimd wordt en zet een rem op de financiële transfers van centen uit de portemonnee van de consument naar die van de bedrijven en hun aandeelhouders.
De meeste banken in ons land kunnen de confrontatie met meer concurrentie wel aan. Voor Bpost is dat minder aangenaam, omdat meerdere van zijn activiteiten onder druk staan. En de telecomoperatoren Proximus en Telenet doen zware investeringen in een glasvezelnetwerk.
Prikkel
Meer concurrentie hakt niet noodzakelijk in op de winst, als bedrijven tegelijk werk maken van een betere beheersing van de kosten en inzetten op een efficiëntere werking. Precies door de afwezigheid van concurrentie gebeurt dat niet of onvoldoende. De prikkel om erover te waken dat de organisatie slank en doelgericht is en het overtollige vet weg te snijden, ontbreekt dan. Hier ligt een mogelijk verklaring voor de teleurstellende productiviteitsgroei in de Belgische economie.
Consumenten worden beter van scherpe concurrentie, ze doet de economie vooruitgaan. Maar ondernemingen, hun managers en hun aandeelhouders, houden er niet van, omdat ze weegt op hun inkomstenbronnen en vereist dat ze voortdurend alert en innovatief zijn en nooit eens rustig achterover kunnen leunen. Werknemers houden er niet van, omdat de druk op hun schouders terechtkomt. De politieke wereld houdt er evenmin van, omdat politici denken dat ze banen kost.
Dat er op de markt verschillende spelers zijn, garandeert overigens niet dat de concurrentie volop speelt. Op de energiemarkt is (op papier) een twintigtal leveranciers actief. Toch betalen 1,2 miljoen Belgische gezinnen op jaarbasis 1.000 euro te veel voor hun gas en elektriciteit, meldde de federale energiewaakhond CREG onlangs. Omdat ze niet voor een voordelig contract kiezen. Ze vinden hun weg niet in het kluwen van tariefformules.
Meer eenvoud en transparantie kunnen helpen. Dat geldt niet alleen voor de energiecontracten, maar ook voor de telecomaanbiedingen of de spaarformules. De toezichthouders doen hun best om de mist daar te doen optrekken, onder meer door zelf vergelijkingstools te ontwikkelen en op hun website te plaatsen. De consument moet dan wel nog bereid zijn over te stappen, om de concurrentie te laten spelen.
Op de postmarkt is het eenvoudig. De postzegel is een simpel product, de tariefformule is niet ingewikkeld. Maar dat helpt de consument niet. Want hier is geen andere aanbieder.
Meest gelezen
- 1 Worstelende vastgoedfamilie Gheysens zet uitverkoop voort
- 2 Demir schroeft opleidingssteun voor werknemers met de helft terug
- 3 Het radicale plan om de dollar te verzwakken, met een mes op onze keel
- 4 Vooruit vraagt N-VA dividendinkomsten van Vlaming snel in kaart te brengen
- 5 Topvrouw Itsme stapt over naar ING België