Mijn geld Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie

Met vervroegd pensioen gaan weegt op uw aanvullend pensioen

Het principe is eenvoudig: hoe minder u werkt, hoe lager uw aanvullend pensioen.
©Photo News

De wettelijke pensioenleeftijd in België bedraagt momenteel 65 jaar en zal worden verhoogd tot 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030. Toch kunt u nog met vervoegd pensioen gaan als u voldoende loopbaanjaren kunt bewijzen. In 2019 kunt u met vervroegd pensioen op 61 jaar als u 43 loopbaanjaren heeft. U kunt op 63 jaar met pensioen als u 42 loopbaanjaren op de teller heeft staan.

Wanneer wordt het aanvullend pensioen uitgekeerd?

De werkgever is verplicht om het aanvullend pensioen uit te keren als u met vervroegd pensioen gaat, ook al vermeldt uw aanvullend pensioenplan een pensioenleeftijd van bijvoorbeeld 65 jaar. Het moet wel gaan om vervroegd pensioen, en niet om een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT, het vroegere brugpensioen). Stel echter dat u voldoet aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen, en u kiest ervoor om toch te blijven werken, dan heeft u de keuze: ofwel het aanvullend pensioen laten uitbetalen, ofwel wachten tot aan de wettelijke pensioenleeftijd.

Advertentie
Pensioengids 2019

Baas over uw pensioen

De Pensioengids is op 30/3 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

De wet voorziet ook in overgangsmaatregelen indien u geboren bent vóór 1962. Deze personen kunnen, in functie van hun geboortejaar, het aanvullend pensioen opvragen vanaf het bereiken van een zekere leeftijd, ongeacht of ze voldoen aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen.

Wat zijn de gevolgen van het vroeger opvragen van het aanvullend pensioen?

In al deze gevallen zal het vroeger opvragen van het aanvullend pensioen ook een lagere pensioenspaarpot tot gevolg hebben. Niet alleen zal de werkgever minder lang storten in het pensioenplan, waardoor u minder kapitaal opbouwt. Bovendien valt het kapitaal van de werkgeversbijdragen onder een hogere bedrijfsvoorheffing omdat u het vroeger dan op de leeftijd van 65 jaar opvraagt. Wordt het kapitaal bijvoorbeeld op 63-jarige leeftijd uitgekeerd, dan bedraagt de belasting op de werkgeversbijdragen 16,5 procent. Bij een opvraging op 65 jaar is dat 10 procent. Het voorbeeld hieronder maakt de impact duidelijk.

TIP

Slim omgaan met uw portemonnee?

Schrijf u nu in voor de dagelijkse De Tijd Geldtip.

Elke dag (ma.-vrij.) via e-mail - Uitschrijven in één klik

Voorbeeld

Pieter heeft op 24-jarige leeftijd een startersloon van 2.836 euro. Stel dat dit loon jaarlijks met 1,5 procent wordt verhoogd en dat de werkgever 2 procent van het loon in een pensioenplan stort. Pieter zelf stort als werknemer 1 procent van zijn loon in het plan. We gaan uit van een jaarlijks rendement op beide stortingen van 1,75 procent, het minimum dat voorzien is in de Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP).

Scenario 1 | Pieter werkt tot 65 jaar

Advertentie

In dat geval bedraagt het opgebouwde aanvullend pensioenkapitaal 68.491 euro. Dat is een nettobedrag na RIZIV-bijdrage (3,55 procent), solidariteitsbijdrage (2%) en eindbelasting vermeerderd met gemeentebelasting (10,7%).

Scenario 2 | Pieter gaat met vervroegd pensioen op 63 jaar.

We gaan er voor de eenvoud van uit dat Pieter aan de voorwaarden voldoet. Wat is dan het uitgekeerde kapitaal? Het bedrag zal gevoelig lager liggen. Niet alleen wordt er 2 jaar minder bijgedragen in het plan, bovendien worden de werkgeversbijdragen belast tegen 16,5 procent in plaats van 10 procent. Pieter zal uiteindelijk op zijn 63ste een bedrag van 59.805 euro uitgekeerd krijgen. Dat is bijna 13 procent minder dan het bedrag op 65 jaar.

Hoe leest u de infofiche van uw aanvullend pensioen?

Werkgevers die een aanvullend pensioen aanbieden, storten maandelijks een bepaald bedrag in uw pensioenplan. Tegelijk kunt u ook zelf als werknemer een deel van uw loon in uw pensioenplan storten. Met die zogenaamde werkgevers- en werknemersbijdragen bouwt u dan maandelijks een pensioenspaarpot op.

Elk jaar ontvangt u een overzicht met een stand van zaken over het gespaarde bedrag. Daarbij worden de gespaarde bedragen vaak opgesplitst volgens de werknemers- en werkgeversbijdragen. Het is de som van beide waarop u recht heeft.

De bedragen die vermeld worden, zijn brutobedragen, dus daar zal nog een eindbelasting van worden afgehouden.

Drie bedragen moet u in het oog houden:

→ Verworven reserves

Het bedrag van de verworven reserves geeft aan wat uw opgebouwde kapitaal was op 1 januari van het jaar waarin u de fiche ontving. Het gaat dan om de gestorte bedragen, vermeerderd met het toegekende rendement op de stortingen. De Wet op de Aanvullende Pensioenen verplicht werkgevers een minimaal rendement van 1,75 procent per jaar - bekeken over de volledige looptijd van het pensioencontract - te bieden. Komen de verworven reserves nog niet aan dat gemiddeld rendement, dan moet ook het bedrag van de minimale garantie vermeld worden.

→ Verwachte pensioenreserves

De verwachte pensioenreserves omvatten het bedrag dat u op einddatum van het contract - doorgaans op de leeftijd van 65 jaar - zult opstrijken van uw aanvullend pensioen. Dat bedrag is een raming die veronderstelt dat de huidige voorwaarden tot aan uw pensioenleeftijd ongewijzigd blijven. Met andere woorden, er wordt van uitgegaan dat uw arbeidssituatie niet wijzigt en dat er tot aan de pensioenleeftijd in het plan wordt gestort.

→ Overlijdensdekking

De meeste pensioenplannen voorzien ook in een overlijdensdekking. Dat is het kapitaal dat uw nabestaanden opstrijken mocht u vroeger sterven dan de contractuele einddatum van het pensioencontract.

Advertentie
Lees verder
6 van 40
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud