Minder winkels en meer horeca in centrumsteden: ‘We moeten opletten voor de mix’
Het aantal fysieke retailers in Vlaanderen en Brussel daalde de voorbije tien jaar met 16 procent. Behalve in de hoofdstad, Hasselt en Mechelen, worden ook in Leuven veel lege panden ingenomen door horecaketens. 'Sommige zaken zijn na zes maanden weg. Wat doe je dan?'
Solden en dus volle winkelstraten, maar de blikken van koopgrage klanten speuren niet alleen naar koopjes. Steeds meer moeten ze eerst op zoek naar winkels waar ze ook kunnen winkelen. In tien jaar verdwenen in Vlaanderen en Brussel 10.000 fysieke retailers, een afname met 16 procent, blijkt uit cijfers van het onderzoeksbureau Locatus die De Tijd via het dashboard Provincies in Cijfers analyseerde. De grootste daling zit bij de elektrozaken, waarvan er 40 procent minder zijn. Maar sinds 2013 verdwenen ook ruim 3.000 kleding- en schoenenwinkels.
Leidt dat tot lege winkelpanden? Hier en daar. Maar op vrijdag in Leuven valt op wat dat onderzoek ook aan het licht brengt over alle 13 Vlaamse centrumsteden. Het percentage handelspanden dat ingevuld wordt door een retailer zakt, maar die panden zijn niet afgebroken. Waar vroeger schoenen, bh’s en boekentassen werden verkocht, drinken mensen nu koffie of eten ze een pokébowl. ‘Vroeger had je in Leuven om de drie huizen een copyshop’, zegt Luc Vander Velpen van Liefst Leuven, de vzw die Leuven als winkel- en horecastad promoot. ‘Nu heb je om de drie huizen een koffiebar.’
Het aandeel van horecazaken is in Vlaanderen gestegen naar ruim 22 procent. In de centrale winkelstraten van de centrumsteden loopt dat op tot ruim een op de drie. Het aandeel handelspanden dat door een retailer wordt ingevuld, zakt in alle 13 centrumsteden en Brussel, vaak fors. Het aantal koffie- en dessertzaken is er meer dan verdubbeld.
'Verketening'
Ketens klinken soms negatief, maar ik ben er zeker van dat we hier over kwalitatieve ondernemers praten.
In sommige steden valt de term ‘verketening’ nu in Leuven, Brussel, Mechelen en Hasselt ruim een op de tien horecazaken deel uitmaakt van een keten. ‘Denk aan de Tiensestraat’, zegt Tine Vandeweerd van het marketingbureau THE tiny COMPANY, die ook handelscoach is bij Liefst Leuven. ‘Daar vind je vestigingen van Balls & Glory, Bavet, de Wasbar en Poule & Poulette. Zaken die geweldig professioneel werken, maar wij vragen het stadsbestuur al jaren er oog voor te hebben dat niet alle straten met zo’n concepten worden vol gestoken. Je kan elk leegstaand winkelpand vullen met een horecazaak, maar uiteindelijk eten we maar drie keer per dag. Sommige zaken zijn na zes maanden weg. Wat doe je dan?’
In de Tiensestraat reden 15 jaar geleden nog auto's voorbij retailzaken als Lilas Mode, Maroqunie en de ijzerhandel Van Eyck, die er sinds 1910 zat. Nu is het een wandelstraat met op die plekken naast de eerder genoemde zaken ook Croque ’n Roll, Manhattn’s Burgers en Otomat. De straat zou ook in Gent of Hasselt kunnen liggen. ‘Het grootste deel van die oude winkelpanden is opgekocht door Koen Romain’, zegt Vander Velpen, die er zijn kinderboekenwinkel De Kleine Johannes bestiert. ‘Hij verfraaide ze, richtte de bovenverdiepingen als kwalitatieve studentenkamers in en zoekt uit aan wie hij verhuurt. Hij wil enkel kwalitatieve horeca.’
Sommige straten in Leuven zijn bijna puur horeca en dat vinden wij geen probleem.
Een van de eersten die Romain belde, was Wim Ballieu, de kok en bedenker van Balls & Glory, waarmee hij in Gent begon. Vandaag heeft hij vestigingen in Brussel, Sint-Niklaas en Leuven. Die in Mechelen sloot onlangs. ‘Romain wilde meerwaarde creëren en nam de rol van de stad een beetje over. Hij wilde van de Tiensestraat dé straat van Leuven maken en hij vroeg mij en of ik een paar vrienden wilde meenemen.’ Volgens Ballieu is het opzet geslaagd. Hij erkent dat het fenomeen van verketening bestaat. ‘Maar dat zijn twee discussies. Een: er is die transformatie van winkels in horeca en dat moet je goed in het oog houden. En twee: wil je als stadscentrum ook attractief blijven? Ketens klinken soms negatief, maar ik ben er zeker van dat we hier over kwalitatieve ondernemers praten. Al weet ik dat je een overaanbod aan horeca moet voorkomen. Moeten we in dezelfde straat zitten? Ik heb daar met mijn collega’s van Poule & Poulette al over gepraat.’
Voedingsdriehoek
Het stadsbestuur heeft oog voor die bezorgdheid. ‘De Naamsestraat, de Muntstraat en de Tiensestraat vormen onze voedingsdriehoek’, zegt Johan Geleyns (CD&V), de schepen van Handel in Leuven. ‘Die straten zijn bijna puur horeca en dat vinden wij geen probleem. Maar we willen erover waken dat er een correcte mix blijft. Want in de Brusselsestraat en de Parijsstraat komen steeds meer koffiebars. Via de Beleidsmatige Gewenste Ontwikkelingen kijken we of er juridische middelen zijn om dat evenwicht tussen winkels en horeca perfect te houden. Maar we maken ons toch sterk dat, bijvoorbeeld in de Tiensestraat, de kwaliteit gegarandeerd is. Je vindt geen aaneenschakeling van kebabzaken die na een jaar al weg zijn. Het publiek van 100.000 Leuvenaars en 60.000 studenten wil dat ook. Je ziet dat de Alma’s (de studentenrestaurants, red.) minder in trek zijn en we waken erover welke nieuwe horecazaken komen. Dat is sinds het verdwijnen van de vestigingswet voor de horeca niet evident.’
‘Straten veranderen’, zegt Vander Velpen. ‘In het pand waar ik zit, zat ooit de Middenstandsbank. Het gebouw is 100 jaar oud. Toen we ons hier negen jaar geleden vestigden, was dit een andere straat. Je kan je afvragen of een kinderboekenwinkel hier nog op zijn plaats is. Ik heb daar geen probleem mee. Een stad beweegt.’
Meest gelezen
- 1 Verkoop e-auto's trekt aan, Tesla halveert in Europa
- 2 ‘Van 0 naar 1939 in 3 seconden’: affiches dopen Tesla om tot ‘Swasticar’
- 3 Musk botst op weerstand bij Amerikaanse ambtenaren
- 4 De Wever saneert dit jaar hooguit de helft van wat Europa vraagt
- 5 Jarenlange rechterhand van De Wever maakt comeback in Antwerpse politiek