Discussie over renovatiepremie komt me bekend voor
Vlaams minister van Wonen Melissa Depraetere (Vooruit) pleit voor een verruimd inkomensbegrip bij het toekennen van renovatiepremies. Daar kwam meteen reactie op, met argumenten die Björn Mallants al eerder heeft gehoord. Al liggen de zaken nu net wat anders.
Over de renovatiepremie ontspon zich de voorbije weken een vreemde discussie. Om de doelgroep - de lagere inkomens - af te bakenen, willen Vlaams minister van Wonen Melissa Depraetere en haar partij Vooruit een ‘verruimd inkomensbegrip’ hanteren. Door louter het inkomen te bekijken, blijven elementen die mee de financiële draagkracht bepalen immers buiten beeld. Het ‘verruimd inkomensbegrip’, zoals opgenomen in het Vlaamse regeerakkoord, moet daar komaf mee maken.
Daar kwam meteen reactie op. Zelfs minister van Financiën Ben Weyts (N-VA), nochtans verantwoordelijk om het verruimd inkomensbegrip in het regeerakkoord uit te werken, deed zijn duit in het zakje. De lezing was dat de ‘middenklasse mort’, ‘veel belastingen betaalt en minder terugkrijgt’ en ook dat we ‘mensen niet moeten straffen omdat ze zogezegd te veel verdienen’.
- De auteur
Björn Mallants is algemeen directeur van Woontrots. Hij schrijft in eigen naam. - De kwestie
Vlaams minister van Wonen Melissa Depraetere oogst kritiek met haar pleidooi voor een verruimd inkomensbegrip bij het toekennen van renovatiepremies. - De conclusie
In discussies over sociaal wonen hanteren dezelfde partijen precies de tegenovergestelde argumenten.
Die discussie kwam me bekend voor, al verdedigden de twee protagonisten de afgelopen jaren een diametraal tegenovergestelde mening.
Voor sociaal wonen legt het beleid al jaren almaar meer en strengere voorwaarden op. Ook de financiële draagkracht van de sociale huurder wordt strenger beoordeeld, waarbij onder meer wordt gekeken of die al dan niet een eigendom bezit. Eerst werd ook gedeelde eigendom bekeken, dan eigendom in een vennootschap, of via erfpacht of via opstal. Of en wat al die partiële eigendom eigenlijk over de woonbehoefte van de doelgroep zegt, werd nooit beleidsmatig onderbouwd. De aanpak werd uiteindelijk eind vorig jaar vernietigd door de Raad van State, die stelde dat niet aangetoond is dat een twintigste gedeelde eigendom de doelgroep voor sociale huur minder woonbehoeftig maakt.
Als verdediging voor de verstrenging stelden politici dat ‘het nodig is om sociale woningen voor te behouden voor wie het echt nodig heeft’. Anderen zetten de maatregelen weg als pestgedrag. De bewoordingen lijken verdacht veel op het gehanteerde vocabularium over de renovatiepremie. Alleen hanteren dezelfde politieke families hier de tegenovergestelde argumenten.
In sociale huur werd ook een middelentoets ingevoerd. De bevoegde minister noemde die zelfs een ‘vermogenstoets’. Wat niet voor de brede bevolking kan, is blijkbaar wel goed beleid voor de sociale doelgroep.
Sociale korting
Je zou kunnen zeggen dat de overheidstussenkomst voor een sociale woning vele malen groter is dan die voor bijvoorbeeld renovaties of, dat andere voorbeeld, de premies voor elektrische wagens. En dat daarom een andere benadering verdedigbaar is. Maar dat klopt niet.
De investeringen in sociale woningen worden grotendeels gefinancierd door de huur die betaald wordt. Dat die significant lager is dan op de markt komt door schaalvoordelen, het ontbreken van winstdoelstellingen en de historische buffer die de sector heeft opgebouwd. Dat alles resulteert in een maandelijkse sociale korting voor de huurder van ongeveer 400 euro.
Dat is aanzienlijk, maar dat is niet het bedrag dat Vlaanderen financiert. De kosten voor Vlaanderen zitten vooral vervat in de interessante leningen die de woonmaatschappijen krijgen. Hoewel het niet makkelijk is om het uit de begroting te puren, bedraagt het bedrag per woning ongeveer 4.000 euro per jaar, terwijl de maximale renovatiepremies voor de hoogste inkomensgroep op 4.200 euro komt.
Doelgroepen worden op een totaal ander manier beoordeeld: dwingend en controlerend voor de zwakste doelgroep, met fluwelen handschoenen voor de andere.
Een gelijkaardig verhaal kenden we vroeger, toen de woonbonus de overheid per jaar meer kostte dan de financiering van een sociale woning. Voor die laatste golden toen ook al tal van voorwaarden, terwijl de woonbonus voor zo goed als iedereen mogelijk was.
Doelgroepen worden dus op een totaal ander manier beoordeeld: dwingend en controlerend voor de zwakste doelgroep, met fluwelen handschoenen voor de andere. Terwijl de overheidskosten in dezelfde grootorde liggen. Het verschil in benadering lijkt vooral te duiden door politieke keuzes gebaseerd op buikgevoel. Laten we hopen dat het woonbeleid, dat onlangs onvoldoende kreeg van het Europees Comité van Sociale Rechten, zich de komende jaren van dat buikgevoel kan lostrekken en kan focussen op waar het echt nodig is.
Meest gelezen
- 1 In Shanghai lachen de Chinezen met de domme zelfrijdende Tesla
- 2 Wereldleiders in de rij bij Trump om gunstigere tarieven te onderhandelen
- 3 Brouwerij Huyghe is Trump te slim af en bespaart bom geld op importtarieven
- 4 Musk op Italiaans congres: 'Hoop op vrijhandelszone met EU'
- 5 Veeleisende Range Rover-klanten uit Berlijn en Parijs kunnen terecht in Berchem