Tal van factoren bepalen welk fonds al dan niet thuishoort in uw beleggingsportefeuille. Een overzicht.
De meest risicovolle aandelenfondsen bieden het hoogste potentiële rendement, maar de koersen van die fondsen maken bokkensprongen die heftiger zijn dan een defensieve belegger aankan.
‘De SRRI-rating is een goede indicator van het risicoprofiel van een beleggingsfonds’, zegt Gilles Coens, beleggingsexpert van MeDirect België. Die rating meet de volatiliteit van het fonds: hoe groter de schommelingen in de waarde van het fonds, het groter het risico. De SRRI-rating deelt fondsen in op een schaal van een tot zeven. Bij fondsen met een SRRI-rating van een blijft de volatiliteit op jaarbasis beperkt tot 0,49 procent, Bij een SRRI-rating van vier tussen 5 en 10 en het hoogste en bij zeven is dat 25 procent of meer.
Ook de strategie van het fonds moet aansluiten bij uw doelstellingen. Streeft het fonds ernaar om via actief beheer een betere prestatie neer te zetten dan de referentie-index? Of is het de bedoeling om een stabiel rendement te leveren, ongeacht de marktomstandigheden? Heeft u bepaalde verwachtingen omtrent duurzaamheid?
De beleggingsstrategie
Sommige aandelenfondsen vertrekken vanuit een sterke overtuiging in enkele tientallen aandelen, terwijl andere een brede selectie hanteren van pakweg 200 aandelen. Coens: ‘Een geconcentreerde beleggingsportefeuille vertaalt zich doorgaans in een hogere volatiliteit, omwille van de geringere diversificatie, het zijn portefuilles van hoge convicties op bepaalde aandelen.’
Ook de omvang van de geïnvesteerde bedrijven geeft al een indicatie over de volatiliteit die beleggers kunnen verwachten. Aandelenfondsen die investeren in bedrijven met een grote marktkapitalisatie (zogenaamde ‘large caps’) zijn doorgaans minder volatiel dan fondsen die investeren in kleine beursgenoteerde ondernemingen (zogenaamde ‘small caps’).
‘Een geconcentreerde beleggingsportefeuille vertaalt zich doorgaans in een hogere volatiliteit, omwille van de geringere diversificatie, het zijn portefuilles van hoge convicties op bepaalde aandelen'
Nog een onderscheidende factor voor aandelenfondsen is de keuze voor groei- of waarde-aandelen. Groeibedrijven zijn doorgaans jonge bedrijven waarvan de markt hoge verwachtingen heeft over de toekomstige omzet en winst. Waardebedrijven zijn doorgaans al gevestigde namen, maar die door de markt ondergewaardeerd worden (de aandelenkoers is gezakt onder de intrinsieke waarde van het aandeel).
Dat onderscheid is relevant voor beleggers die op zoek zijn naar een dividendinkomen. ‘Groeiaandelen keren weinig of geen dividend uit, want de winst wordt geherinvesteerd in het bedrijf. Waardeaandelen keren doorgaans wel hogere dividenden uit’, zegt Coens.
Ook bij gemengde fondsen zien we grote verschillen die kunnen variëren in allerlei stijlen, van defensief tot dynamisch. Met een doel om het beter te doen dan een benchmark of een bepaald rendement te behalen tegenover cash. Bij obligatiefondsen zal men sterk moeten letten op de rentegevoeligheid en het kredietrisico. High Yield zal bijvoorbeeld minder rentegevoelig zijn maar dan wel een hoger kredietrisico met zich meebrengen. ‘Aggregate obligatiefondsen’ bieden dan weer een mix van verschillende types obligaties met verschillende risico-rendementsverhoudingen.
‘In welke mate duurzaamheid meespeelt in de strategie is ook bepaald in de beleggingsobjectieven. Duurzaamheid is vandaag niet meer weg te denken, maar het ene duurzame fonds is het andere niet. Ze kunnen bijvoorbeeld verschillen omtrent hun duurzame doelen, selectiecriteria of uitsluitingen. Sinds kort worden meer details hierover gegeven in de belegginsobjectieven van de KIID’, zegt Coens.
De m/v achter het fonds
Ook de fondsbeheerder verdient de aandacht van beleggers. Wie leidt het fonds en zit aan de knoppen van de beleggingsstrategie? Heeft de fondsbeheerder veel ervaring? ‘Continuïteit is belangrijk voor fondsenbeleggers. En de fondsbeheerder is daarvan zeker een belangrijke indicator’, benadrukt Coens.