Senior writer

Met de verhoging van de roerende voorheffing is de regering nog maar eens tegen de Laffercurve aangebotst. In België is de grens bereikt van de hoeveelheid belastingen die de burgers willen betalen.

De verhoging tot 30 procent van de roerende voorheffing op beleggingsinkomsten heeft niet de verwachte extra miljoenen naar de schatkist doen stromen. In de eerste vier maanden van dit jaar leverde de belasting integendeel 77 miljoen euro minder op dan in dezelfde periode vorig jaar.

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) krijgt van de oppositie regelmatig het verwijt dat hij niet kan rekenen als een taks minder opbrengt dan hij had geraamd. Maar het probleem zit elders: hij kent zijn economische klassiekers niet. Het is een bekend fenomeen dat de opbrengst van een belasting kan dalen als het tarief te hoog wordt, omdat de belastingplichtigen dan hun gedrag gaan wijzigen of manieren zoeken om de belasting te ontwijken. Het werd in 1974 treffend geïllustreerd in een grafiekje - de Laffercurve - door de Amerikaanse econoom Arthur Laffer.

Advertentie

De regering-Michel is de voorbije jaren al een paar keer tegen de Laffercurve aangebotst. Met de speculatietaks bijvoorbeeld, de heffing op meerwaarden van aandelenbeleggingen met een looptijd van minder dan zes maanden. Die moest de regering vorig jaar inderhaast weer intrekken omdat ze een aanzienlijk gat sloeg in de schatkist en ook woog op de opbrengst van de beurstaks: de beleggers handelden minder om aan de speculatietaks te ontsnappen. Eenzelfde verhaal met de verhoging van de accijnzen op tabak. Die bracht maar een fractie op van wat de regering aan extra inkomsten had begroot.

Deze fiasco’s komen boven op andere belastingen die de regering de voorbije jaren invoerde, maar weer moest afvoeren wegens onwerkbaar (de rijkentaks) of wegens strijdig met de Europese regels (de fairnesstaks). Deze twee belastingen werden ingevoerd door de regering-Di Rupo.

De regering is het recept vergeten van een goede belasting: een laag tarief op een brede basis, en moeilijk te ontwijken.

De les moet nu stilaan toch duidelijk zijn: de regering dient zich grondig te bezinnen vooraleer ze weer een nieuwe belasting invoert. Ze wil creatief zijn en selectief, om het grootste deel van haar achterban te sparen. Maar ze werkt zichzelf daardoor in de nesten. Omdat ze het basisprincipe niet respecteert van wat technisch een ‘goede’ belasting is: een lage heffing op een brede basis, en die heel moeilijk te ontwijken is.

De regering-Michel houdt dat het best voor ogen als ze binnenkort begint te sleutelen aan de vennootschapsbelasting, ook als ze later dit jaar de begroting voor 2018 opstelt en daarbij weer ettelijke miljarden moet vinden.

De opeenvolgende ervaringen met de speculatietaks, de accijnzen op tabak en de hogere roerende voorheffing moeten duidelijk hebben gemaakt dat het verhaal van belastingverhogingen eindig is. Er is een grens aan de hoeveelheid belastingen die de burgers in dit land bereid zijn te betalen, en die grens is bereikt. Als de overheid te inhalig wordt, zullen de mensen dat als hoogst onrechtvaardig ervaren en proberen aan die belasting te ontsnappen. De mogelijkheid daartoe is er altijd, ook perfect wettelijke. En mensen zijn vindingrijk.

Advertentie

Waarom gooit de regering het niet over een andere boeg en verlaagt ze een aantal belastingen niet? Dat kan resulteren in hogere ontvangsten. Daar zijn voorbeelden van, ook in België. Denk aan de successie- en schenkingsrechten. De Laffercurve, weet u wel.

Advertentie
Amerikaans president Donald Trump maakte woensdagavond bekend welke tarieven hij aan welke landen wil opleggen. Voor de Europese Unie komt er een algemene importheffing van 20 procent.
Europa
De Verenigde Staten leggen Europese producten een invoerheffing van 20 procent op omdat de Europese Unie zelf een tarief van 39 procent zou hanteren op producten uit de VS. Maar dat laatste klopt niet. Het werkelijke tarief bedraagt amper 1 tot 5 procent.

In het nieuws

Alle artikels meer
Duizenden voormalige Audi-werknemers trokken donderdag naar Anderlecht voor een jobdag.
Op de jobbeurs van Audi: ‘Hier zijn veel bedrijven, maar ze verwijzen je wel vaak door naar hun website’
Terwijl in Vorst de laatste werknemers de sluiting van de Audi-fabriek afhandelen, speurden duizenden van hun collega's donderdag naar een nieuwe job op de jobbeurs in Anderlecht. 'Het is ironisch. Wat in de fabriek niet meer kon, kan hier wel: iedereen nog eens samen zien, en het hoofdstuk kunnen afsluiten.'
Gesponsorde inhoud