In Portugal heeft de regio Alentejo met Évora, Europese Culturele Hoofdstad 2027, alles om dé Europese ontdekking van het jaar te worden. Wij trokken ernaartoe.
In België hebben velen nog nooit van de stad gehoord, en wanneer we in Lissabon vernemen dat ze ook daar niet goed weten waarom Évora in 2027 Europese Culturele Hoofdstad wordt, slaat enige nervositeit toe. Dat misprijzen blijkt echter misplaatst: het zal dé alternatieve stedentrip bij uitstek zijn. Ietwat buiten de gebaande paden, maar tjokvol interessante ontdekkingen.
Évora is de historische hoofdstad van de Zuid-Portugese regio Alentejo, net ten noorden van de Algarve. Hoewel dit gebied goed is voor dertig procent van de landoppervlakte, woont slechts vijf procent van de Portugezen hier. Over hen wordt weleens geschertst dat ze altijd en voor alles tijd hebben. Maar net daarop is het concept voor 2027 gebaseerd. ‘Vagar’, heet het hier, en je kunt het ook zien als ‘slow living’, of diep doorleefd genieten als een manier van leven. Daaraan zouden de Europeanen dringend nood hebben, dus rijden we vanuit Lissabon anderhalf uur oostwaarts naar deze plek. In het tankstation waar we een kraakverse, nog halfwarme pastéis de nata bestellen, spreekt de dienster verrassend goed Engels.
Tegen de plaaggeesten
Het historische centrum van de stad, sinds 1986 Unesco-werelderfgoed, wordt omringd door een muur. Die dateert grotendeels uit de veertiende eeuw, maar er zijn ook delen uit de derde eeuw bewaard gebleven, toen Évora een hotspot was in het Romeinse Rijk. Ook het aquaduct van twaalf kilometer lang, waar we onderdoor rijden, stamt uit die tijd, al is wat we nu zien vooral zestiende-eeuws, toen Évora na Lissabon de tweede belangrijkste stad van Portugal was. Bij de aardbeving van 1755, die veel steden verwoestte, bleef Évora grotendeels intact, wat haar tot de best bewaarde stad uit die Gouden Portugese Eeuw maakte.
De architectuur springt meteen in het oog, met veelal wit-gele huisjes en gebouwen. Met de broeierig hete zomers spreekt het wit voor zich; het geel dateert uit de islamitische tijd, waar het werd gebruikt als een soort bijgeloof tegen plaaggeesten. ‘Later werd het vooral: doen zoals de anderen’, zegt Libânio Murteira Reis. ‘En vandaag doe je hier niet zomaar wat je wil: werelderfgoed komt niet zonder regels.’
Als professor emeritus in de geschiedenis is Reis een droomgids. Hij neemt ons mee naar de magische plek waar hij zijn kennis opslorpte. In 1559 stichtten de jezuïeten hier de tweede universiteit van het land en lagen ze aan de basis van religieuze én intellectuele verlichting. Maar twee eeuwen later werden ze, in een golf van religieus fanatisme, verdreven. De universiteit ging dicht, en Évora raakte in verval. Pas in 1973 werd ze heropend, eerst als middelbare school, en sinds 1979 weer als (staats)universiteit.
Reis zat op beide, als leerling én lesgever. Via de originele binnenplaats neemt hij ons mee naar het klooster en zijn klaslokalen voor vakken als geografie, filosofie en natuurkunde. Ze tonen hoe de jezuïeten aan de top van het intellectuele leven stonden. Op Delfts blauwe muurtegels die tijdens de verlichting werden toegevoegd, zien we Aristoteles, Socrates en Plato, de spiegel van Archimedes in Syracuse, maar ook de ontdekking van de luchtdruk en het magnetisme in de zeventiende eeuw zijn schitterend geïllustreerd. De Sala dos Actos is een must voor wie van geschiedenis en architectuur houdt, en in de bibliotheek hangen fantastische schilderijen – wie zag ooit Maria als de godin van de wijsheid? Met een bevolking van vijftigduizend inwoners telt Évora vandaag achtduizend studenten. De universiteit is onder meer een pionier in landschapsarchitectuur.
Restaurants
Na het culturele erfgoed van Évora is eten en drinken de tweede reden waarom bezoekers naar Alentejo komen. Ook vanuit Lissabon. Bacalhau is het nationale gerecht – voor elke dag van het jaar is er wel een variant – maar er zijn veel méér culinaire specialiteiten.
1 | Dom Joaquim
Hier wordt de traditionele keuken met de nodige zwier geserveerd. Beroemd in Alentejo is het ‘porco preto’ of het zwarte Iberische varken. We eten de wangen (‘bobechas’) ervan. Ook de kip met ‘bloedsaus’ waarover in het VTM-programma ‘Sergio over de grens’ een en ander te doen was, is verkrijgbaar. Er is niets buitensporigs aan.
| Adres | Rua dos Penedos 6, Évora
| Website | restaurantedomjoaquim.pt
2 | Café Alentejo
Dit gebouw, met een culinaire traditie die teruggaat tot de vijftiende eeuw, heeft zijn authentieke architectuur behouden. Veel lokale families komen er tafelen. De oerkeuken van Alentejo is gebaseerd op brood, en ‘migas’ zijn daar emblematisch voor. Oud brood wordt geweekt in water of bouillon, en vervolgens gebakken met olijfolie, kruiden en soms reuzel. We eten het als bijgerecht bij varkensribben met sinaasappel en asperges, die hier vaak wild worden geplukt. Vijf uur in rode wijn gegaarde ossenstaart is hier niet alledaags, maar Rita Simão maakte er haar signatuur van.
| Adres | Rua Raimundo 5, Évora
| Website | restaurantecafealentejo.com
3 | Cavalariça
Het interieur, het team en de moderne interpretatie van de Portugese keuken in het restaurant van het Palácio Duques de Cadaval maken indruk. We proeven konijn dat in een escabeche is gemarineerd en als taco wordt gepresenteerd: origineel en heerlijk. Patrijs – het hele jaar door verkrijgbaar in de regio – wordt geserveerd met cantharellen, vergezeld van in kippenbouillon gekookte rijst en foie gras, een hoofdgerecht dat blijft hangen.
| Adres | Rua Augusto Filipe Simões 9, Évora
| Website | cavalarica.com
Botten en schedels
Alle straten leiden naar het Giraldoplein, waar een gedenksteen herinnert aan de inquisitie. Tussen 1536 en 1821 werden hier heel wat mannen en vrouwen onthoofd of op de brandstapel gezet. Portugese moslims en Joden werden gedwongen zich te bekeren. Vele Joden vluchtten naar Antwerpen. Reis beklemtoont dat hun nazaten welkom zijn, om samen hun erfgoed in de diepte bloot te leggen.
Hét monument is de grootste middeleeuwse kathedraal van Portugal, gebouwd na de christelijke herovering op de Moren in de twaalfde eeuw. De kerk zit tjokvol kunst, met onder meer afbeeldingen van een buiten Portugal uiterst zeldzame zwangere Maria. Het dakterras biedt een fenomenaal uitzicht over het omliggende landschap. Ook de gouden São Francisco-kerk is grandioos, met haar kapel als populairste attractie van de stad. ‘Nós ossos que aqui estamos, pelos vossos esperamos’, staat er boven de ingang. ‘Wij, de beenderen die hier liggen, wachten op de uwe.’ Zoiets. In de zeventiende eeuw werd deze slaapzaal omgevormd tot een plek om te mediteren over het hiernamaals. ‘Sommige monniken waren in werkelijkheid ongelovig en deden zich te goed aan drank en vrouwen’, lacht Reis. ‘Dan wil een mens zich weleens bezinnen.’
De franciscanen bekleedden de hele kapel met botten en schedels van vijfduizend anonieme slachtoffers, onder meer van de talrijke epidemieën die het gebied teisterden en op uitpuilende begraafplaatsen terechtkwamen.
Showset voor Dior
De ruïnes van de Romeinse tempel, de enige in Portugal, herinneren ook aan de tijd waarin erfgoed met minder egards werd behandeld: van de veertiende tot de negentiende eeuw was er een slagerij gevestigd. ‘En als kind klauterden we erop’, lacht Reis. Vlakbij ligt wat het speerpunt van de Culturele Hoofdstad zal worden: het Palácio Duques de Cadaval, waar Diana, de elfde hertogin van Cadaval, ons opwacht.
Ze werkt aan een ambitieus project met de excentrieke Portugese kunstenares Joana Vasconcelos, bekend om haar monumentale installaties. Vasconcelos was de eerste vrouw en de jongste hedendaagse kunstenaar die tentoonstelde in het Kasteel van Versailles, waarna alle grote musea volgden en ze een retrospectieve expo kreeg in het Guggenheim Museum in Bilbao. In 2013 creëerde ze ‘Valkyrie Miss Dior’ voor de tentoonstelling ‘Esprit Dior, Miss Dior’ in het Grand Palais in Parijs, een spectaculaire installatie die vervolgens de wereld rondreisde. In 2023 werkte ze opnieuw voor Dior, onder meer met een showset tijdens de Fashion Days in Parijs. ‘Die installatie was zo groot als dit paleis’, lacht Diana de Cadaval. ‘In 2027 wordt Joana dé publiekstrekker.’
Schilderen met kippenveren
Het paleis is al zes eeuwen eigendom van de familie. Je kunt er een fraaie kunstcollectie bewonderen, die voortdurend wisselt. Hoewel Diana de Cadaval ‘vagar’ hoog in het vaandel zegt te dragen, vliegt ze als een wervelwind doorheen de salons.
De collectie is een mix van klassieke en moderne kunst, met een sterke focus op Afrika, waar haar jongere zus Alexandra werkt en veel rondreist. Alexandra verbleef ook bij inheemse stammen en nam de Mozambikaanse kunstfotograaf Mauro Pinto mee. Ook van zijn landgenoot Gonçalo Mabunda hangt hier veel werk.
Bars
De levendige wijncultuur in Alentejo gaat terug tot de Romeinse tijd. Tijdens de Moorse overheersing kwam de wijnproductie stil te liggen, maar in de middeleeuwen bloeide ze weer op, dankzij de invloed van... de vele kloosters.
1 | Adega da Cartuxa
Vlak bij het centrum van Évora ligt Adega da Cartuxa, gevestigd in een voormalig kartuizerklooster dat in de negentiende eeuw in handen kwam van de Eugénio de Almeida-familie, een van de grootste fortuinen van Portugal. Toen de nog jonge Vasco Maria Eugénio de Almeida het landgoed erfde, investeerde hij in moderne wijnbouwtechnieken en richtte Cartuxa op. In 1963 maakte de kinderloze filantroop er een stichting van. Cartuxa produceert enkele van de beste rode wijnen van Portugal. Je kunt een rondleiding en proeverij boeken, maar helaas is de iconische Pera Manca niet inbegrepen. Je kunt hier echter wel een fles kopen voor 350 euro, op voorwaarde dat je de rondleiding doet.
| Adres | Quinta de Valbom, Évora
| Website | cartuxa.pt
2 | Fitapreta Vinhos
António Maçanita is dé cultwijnmaker van Portugal. Hij studeerde landbouwwetenschappen en leerde van tophuizen zoals Merryvale Vineyards in Californië, d’Arenberg in Australië en Lynch-Bages in Bordeaux, voordat hij in 2004 Fitapreta Vinhos oprichtte. In 2016 ontdekte hij de ondergrondse ruïne van een klooster waar wijnproductie plaatsvond. Hij restaureerde de ruïne en integreerde die in een nieuw gebouw. Maçanita brengt historische wijnen en vergeten druiven weer tot leven en streeft naar het behoud van het unieke terroir. Dat leverde hem zowel awards als controverse op, onder meer vanwege zijn werk op een tweede wijnmakerij op de Azoren, waar hij de verboden druif isabella gebruikt. Hij voegt geen sulfiet toe en laat alles volledig oxideren. ‘Pure wetenschap’, stelt hij. ‘Het is goed vergelijkbaar met een sushichef: op het einde lijkt het alsof hij niets heeft gedaan.’
| Adres | Paço do Morgado de Oliveira, Estrada M527 km 10, Évora
| Website | antoniomacanita.com
3 | Gerações da Talha
Frades is een dorp van zevenhonderd inwoners, maar wel de hoofdstad van de talhawijn. Er zijn zo’n vijftig piepkleine wijnmakerijen, waarvan er drie commercieel actief zijn. Zo ook Teresa Caeiro (29), die sinds 2019 de talhamethode toepast zoals haar familie dat al 250 jaar doet. De wijngaard wordt niet geïrrigeerd en alle druivensoorten worden samen gevinifieerd door spontane fermentatie in talha, amforen van klei. Pel en pitten gaan altijd mee. Het levert ongepolijste wijnen op, zonder ‘nasty’ te zijn. Caeiro produceert amper 12.000 liter, maar haar wijnen zijn wél verkrijgbaar in België, onder meer via The Portugal Collection.
| Adres | Rua de Lisboa 29A, Vila de Frades
| Website | geracoesdatalha.com
De inmiddels 89-jarige Zuid-Afrikaanse Esther Mahlangu is omnipresent. ‘Ze kan lezen noch schrijven, maar met haar kunst helpt ze haar dorp’, aldus Diana de Cadaval. ‘Oorspronkelijk schilderde ze murals, tot onze galeriehouder haar aanspoorde om dat ook op canvas te proberen. Ze schildert op onnavolgbare wijze met kippenveren.’ In 1991 beschilderde Mahlangu een BMW Art Car. Ook de Casal, een Portugese motorfiets uit 1965 van Diana’s vader, toverde ze om tot kunstwerk.
Tussen de kunstwerken hangen familieportretten, van de zestiende eeuw tot vandaag. We zien Diana’s Parijse moeder Claudine Marguerite Marianne Tritz, geportretteerd door fotograaf William Klein als een van de elegantste vrouwen van New York, waar ze modeboetieks had. ‘Het was vooral onder haar impuls dat dit huis werd gerenoveerd en opengesteld voor het publiek – het hele jaar door, zes dagen per week’, vertelt Diana. ‘Zij was ook degene die begon met ons jaarlijkse muziekfestival.’
In ballingschap gestuurd
De familie onderhoudt het paleis zelf. Ze bezit tal van landgoederen, kastelen en ander onroerend goed, en haalt aanzienlijke inkomsten uit Casa Cadaval, dat wijn verbouwt, paarden fokt en een veestapel beheert. Dit alles is werk voor haar neef, terwijl zij dit paleis managet, zich via een reeks stichtingen bekommert om de minder fortuinlijken en historische romans schrijft. Ze organiseert hier ook events en huwelijken, en verwelkomt gasten voor lunches en diners. ‘We hebben miljoenen geïnvesteerd, maar wonen hier niet permanent. En een huis heeft een hartslag nodig. Het is een manier om mensen te ontmoeten en ons patrimonium te eren.’
Bij het paleis hoort de Igreja dos Lóios, misschien wel de mooiste privékerk van Portugal, al lopen velen er zomaar voorbij. Tussen bisschoppen en andere religieuzen liggen haar voorouders er begraven, evenals haar vader, die in 2001 overleed. Ze vertelt hoe de oprichter van de kerk ervan droomde om iedereen er samen te brengen, iets wat niet van een leien dakje liep.
Hotels
1 | Moura Suites
Dit boetiekhotel is ondergebracht in een herenhuis uit de vijftiende eeuw, pal in het centrum van Évora.
| Adres | Largo Portas de Moura 28, Évora
| Website | mourasuiteshotelevora.com
2 | Montimerso Skyscape Countryhouse
Vlak bij een van de best bewaarde middeleeuwse dorpen van Portugal is Montimerso Skyscape Countryhouse een indrukwekkend voorbeeld van hoe zero waste kan samengaan met opperste luxe. De ontvangst is heerlijk, het uitzicht in de (onverwarmde) infinitypool adembenemend. Deze kind- en diervriendelijke plek is de eerste ter wereld die door Unesco erkend is als ‘starlight tourism destination’: er is een observatorium en maandelijks komt een astrofysicus langs.
| Adres | Herdade Geralda - Estrada Nacional Nº 256, Monsaraz
| Website | montimerso.pt
3 | Quinta do Paral
Dieter Morszeck, die in 2016 het reiskoffermerk Rimowa verkocht aan de luxegroep LVMH, herontwierp samen met wijnmaker Luís Morgado Leão het historische wijnlandgoed Quinta do Paral met respect voor de Alentejaanse traditie. Het is ook een wijnhotel dat in alles naar perfectie streeft.
| Quinta do Paral, Apartado 31 P, Vidigueira
| Website | quintadoparal.com
De titel van ‘hertog van Cadaval’ komt voort uit de verwantschap met het huis Bragança, het Portugese koningshuis. De familie de Cadaval speelde een belangrijke rol in de verdediging van het koninkrijk tegen de invallen van de Spanjaarden. Maar nadat ze tijdens de Portugese burgeroorlog in de jaren 1820 koning Miguel I hadden gesteund, werden de hertogen in ballingschap gestuurd.
Generaties lang verbleef de familie in Frankrijk en Zwitserland – waar Diana werd geboren. Haar vader, João Álvares Pereira de Melo, de tiende hertog van Cadaval, was de eerste die in 1960 terugkeerde. ‘Een jaar eerder bracht hij twintig doodskisten van voorvaderen per boot terug, om hen hier te begraven’, vertelt ze. ‘Het zal ook mijn laatste rustplaats worden, ja.’ Hoe dat voelt? ‘Als een opluchting’, lacht ze. ‘Ik weet waar ik zal eindigen: gezellig tussen de anderen.’